20 januari 2019
goed beter


Ik viel ergens in een voetbalwedstrijd, op de radio
Niet dat ik zoveel heb met dat gevoetbal maar op de radio is het reuze spannend om het 'twee – twee' te horen worden.
Sterker nog, ik kreeg er kippenvel van.
Om maar even aan te geven hoe scherp mijn zintuigen staan afgesteld.
Alsof ik ontwaak uit een winterslaap die elke emotie buitensloot omdat genoeg dan wel genoeg was maar steeds niet bleek.
Oplossingen die wel oplossen, dat wel ~ maar dan heb je het mes al in je rug gehad.
Dat stompt af,
of eigenlijk zet het je incasseringsvermogen op een gegeven moment uit,
voor negatieve energie en zo worden ook leuke invloeden en gebeurtenissen met een korrel zout genomen. Enerzijds saai, anderzijds logisch.

Een jaar geleden werd ik overvallen door een leuke emotie.
Je zou zeggen dat dat een goed teken is maar zo werkt het niet een-twee-drie.
Welnee.
Dus alarmfase 1, afweergeschut wat scherper opgesteld en voorwaarts in wat ik achteraf vooral als strijd zag. Niet zozeer die van mij, wel de strijd waarin ik me moest wapenen want sommige mindere ervaringen uit het verleden impliceren garanties voor de toekomst.
Een jaar later – geloof maar: ik was even met andere dingetjes bezig die wat ik had kunnen vermoeden bij voorbaat zouden relativeren – sloeg de waanzin meedogenloos toe.
Waar groot verdriet langzaam een plaats vond werd de ruimte die ontstond ingenomen door een meedogenloos soort blij.
De blijheid die je laat stralen en glimlachen, de blijheid waar verder niets mee hoefde maar de me genadeloos om de oren sloeg. Help!

En ik bedacht dat het niet was verzonnen, het was waar. Het bleef waar.
Ik zag en voelde hetzelfde stoer en hetzelfde lief, de empathie, de humor en
het eigen wijze eigenwijs.
En ik wist het; ik relativeerde me een slag in de rondte en omarmde het weten.
Het is goed. Bedacht ik.

Dat is beter.

Peet - 21:57 -

19 januari 2019
nobel

'Ja maar' zei de vrouw die veel weet en ook van mij: 'ben jij fliefd op iemand van De Gemeente'.
Welnee.
Want zo gaat het, ik ben niet zo heel snel.
Ik weet nog dat ik een jaar geleden constateerde en constateren gaat dan zo ver dat ik tegen mezelf zeg: 'Dusss'?

En ik had contact met mijn grote liefde-of-all-times.
Zo gaat dat, met grote liefdes hoef je niet altijd je leven te delen, soms heel fijn dat dat een gepasseerd station was, en dat dat maar goed was ook;
Maar hoe mooi is het dat iemand na twintig jaar niet zegt dat je gek bent maar begrijpt.
Dat was een jaar geleden. Of langer nog.
En we waren het eens, zo is het en niet anders.

Ik vond het deze weken onbegrijpelijk dat nooit iemand een Nobelprijs heeft gekregen voor verliefd-zijn. Nee echt, dat vraagt wat aan inzichten en moed en gedoe.
En veriefd-zijn is echt geen hogere wiskunde,
dan had ik die prijs allang gekregen want van verliefd-zijn heb ik vreselijk veel verstand. Tenminste, vroeger. Vroeger ging het over De Jacht & de Vangst.

Het gaat niet meer over jacht&vangst,
het ging nu even over 'verliefd';
En over mijn verbazing nu.

[wordt vervolgd]

Peet - 0:03 -

16 januari 2019
fliefd


'Joh', zei de man van de gemeente vanochtend, 'wat ruik jij lekker'.
Hij had net zo goed kunnen zeggen 'wat stink jij' want mijn verbazing over de openhartigheid zou niet anders zijn.
'Ja, nee, je kwam net in de gang voorbij en toen dacht ik al...'.
Dus vertelde ik hem welke geur. Had hij zelf ook maar dan voor mannen.
Wat waren we het ineens eens, weet ik veel.
'Obsession' heet het luchtje.
Kocht het een maand geleden, intuïtief, maar wat is intuïtie.
Erger nog: wat is een obsessie.

Om eerlijk te zijn, ik heb geen idee. Misschien is 'geen-idee-hebben' al obsessief.

Of leidt ertoe, misschien is denken of mijmeren al obsessief, zeg het maar.

Ik realiseerde me dat ik verliefd was. Of ben, denken kan ook veel breken.
En waarom? Ga er maar even voor zitten.
Misschien omdat er ruimte is, misschien omdat ik het bedacht en weer wist.

Verliefd zijn is niet vervelend,
de ruimte die zoiets impliceert nog minder.
Dat geeft weer stof tot nadenken, want zo gaat het.

Het is.

Peet - 20:21 -

23 december 2018
mispoes


Eigenlijk wist ik het gewoon niet meer precies.
De meest logische vraag is dan 'wat niet precies' en daarin zit de kern van het dingetje.
Het is de vraag die je jezelf stelt en waar je zelf het antwoord misschien wel op weet maar de kern van de vraag ligt soms niet bij jou.
Dus de kern leg je neer bij de veroorzaker die vervolgens geen antwoord geeft op de vraag.

Ik ken iemand die dan immer enthousiast repliceert dat 'geen antwoord ook een antwoord is'.
Maar ja. Dat is iemand die altijd antwoord geeft.
Dan vraag ik door, volgt een antwoord of een vraag die ik vervolgens weer beantwoord en voor je er erg in hebt is er sprake van communicatie.
Open en eerlijk. Zoals het hoort.

Denk ik.
Hoe kun je anders leren van waar het mis gaat en hoe kun je anders.
Stuk leuker.
Kan niet anders meer dan concluderen dat niet iedereen anders wil hoe wollig ook verpakt.
Dan eindigt iedere vorm van communicatie in een 'jamaarjij', opgevolgd door nietszeggend zwijgen.
En dan denk ik. ben ik depressief, suïcidaal of mooier nog: gestoord?
Of kijk ik in de spiegel van een klein gekwetst ego dat alleen kan overleven door te kwetsen?
Psychologen en psychiaters varen er wel bij, als ze ooit zover mogen komen.
Narcisme is een eng ding,
zeer slecht voor mijn vertrouwen in de mensheid in het algemeen.
Want je herkent het niet meteen en als je het herkent is het te laat.
Dus om dat maar voor te zijn begin je d'r niet eens meer 'an. Lekker overzichtelijk.

Ineens komt het moment dat je ontdekt dat iemand zonder dat je er erg in had – gat in afweergeschut, muur ingestort, zoiets - onder je huid ging zitten.
Op het moment dat je je dat realiseert, duurt even want dat was niet de bedoeling bezig ik in dit geval wat krachttermen, gooi er wat gefoeter overheen en na korte tijd van pijnlijk gemis gaat het leven door. Zo kan het.

Deze week stopte een leventje.
Dat van mijn lievelingskat, van wie ik geloof ik de lievelingsmens was.
Ik geloofde in hem en waar alle geloof ophield geloofde hij mij, door te laten zien dat hij er wilde zijn. Jaar in, jaar uit, en nu is het over. Het was op.
Dat vond ik, hij weigerde vanzelf en zomaar te doven. Maar hij vertrouwde me.
En daar ga je met het vertrouwen dat je geeft, vond ik mezelf net zo onbetrouwbaar en misplaatst als wat ik zo verafschuw. Daar valt ook niet tegen te praten, ondanks alle goede bedoelingen want zo navelstaarderig ben ik dan ook wel weer.

Afscheid went. Het gemis niet zo maar.
Nooit,
wist ik ineens weer.

Peet - 22:23 -

6 mei 2017
bevrijdtdt


Bevrijdingsdag is een mooi ding;
ik word gek van de ellende die mensen in 40-45 moesten meemaken,
veroorzaakt door andere mensen.
En toch, en toch word ik nog steeds geconfronteerd met wat mensen elkaar aandoen.
In de wereld en op mijn vierkante meters.
Er zijn zoveel zaken waar je geen invloed op hebt. Ja misschien heel ver weg, dan duurt het ook nog eens veel te lang.
Altijd te laat.

Ineens ging een poes dood die ik met alle liefde die ik in me had tot een nieuw leven begeleidde. Tot zover lukte dat. Daarna ook. En ineens lag ze op vijf mei dood in de tuin van de buren.
Domme pech? Gif? Het is niet waar ik het voor doe.

Bevrijdingsdag moet iedereen vieren. Iedereen op zijn- of haar eigen manier.
Tot op zekere hoogte voel ik me bevrijd.
Voel ik me vrij. En dan trek ik een wenkbrauw op.
Kafkaëske omstandigheden staan de euforie vooralsnog wat in de weg.
Ik denk nog steeds veel te vaak 'Hé?' of 'Huh?.
En boos worden helpt niemand,
mijn boosheid gaat niet verder dan irritatie.
Kan je ook nog wakker van liggen te wezen, maar vooruit.


Verbazing is een mooi ding.
Maar vooral als het om de schoonheid gaat. Anders niet.

Dan is het gewoon zielig.

poesje.jpg
Peet - 22:26 -

4 mei 2017
geschiedenis


Vooral niet boos worden. Nooit boos.
Boos worden is een teken van zwakte en ha-ha: zie je wel.
En zie je wel is dan weer een teken van tekortkoming, meestal.
En van gekkie-maak-je-niet-zo-dru-huk.
Vergeten wordt door uiters van dat soort dooddoeners dat er nooit iets uit de lucht komt vallen.
De grootste zeikers zijn zij die zeggen dat je vooral niet moet zeiken.
Meestal zelf de grootste slachtoffers en meestal duurt dat even.
Het zal wel ergens vandaan komen denk ik dan, nu.

Maar hal-l-lo, niet alles is normaal. Vooruit, de één is daar eerder achter dan de ander maar los daarvan is niet alles normaal.
Voor mij niet. En meestal achteraf want daarom durf ik het inmiddels ook te zeggen.

Achteraf kun je je afvragen of zelfverheerlijking en gebrek aan empathie normaal is als je wat feiten op een rij zet. Of het normaal is dat je je het snot voor de ogen werkt, vooruit, de boodschappen doet en kookt terwijl de droge was snoeihard aan de lijn blijft hangen. Het eisenpakket uit niet meer dan het zelfbedachte recht op pleziertjes bestaat. want verder ging de fantasie nooit.
Prinsen zijn zelden slachtoffers, zo worden ze opgeleid.
Zelfbenoemde prinsjes worden zelfbenoemde slachtoffers. Miskend en onbegrepen. Logisch.
.
Vanavond was ik stil. Langer dan de twee minuten die ervoor staan.
Weten dat knuffelen voor de wereldvrede en zonnestralen vangen slechte heelmeesters zijn en stinkende wonden veroorzaken.
Moedwillig beschadigen met een alles verhullende lach.

En, dus soms ben ik stil;
om waar mensen toe in staat waren,
om waar mensen toe in staat zullen zijn en blijven.


Dat doet geschiedenis...

Peet - 22:27 -

18 december 2016
blauw?


Het is een romantische gedachte dat je wil weten wie iemand is.
Je komt er wel achter, maar ook dat iemand nooit uit de comfortzone wil stappen, zo één waar 'leren kennen' niet in past.
Er was zo een slogan: 'je kunt een kind wel uit de oorlog halen, maar de oorlog niet uit een kind'.
Onwillekeurig denk ik dan aan Marco Borsato .
Zou een goede reden zijn om zo een waarheid te omzeilen denk ik dan.

Hoe dan ook hoe ouder je wordt, hoe ingewikkelder het wordt iemand te leren kennen.
Als de ervaring je heeft geleerd dat iemand zich niet wil laten kennen wordt het nog grappiger.
Dus dat is een grapje,
en geloof me, dan hep de mensch het druk genoeg met zichzelf.
Toch is het teleurstellend.
En ik zag het gebeuren, ik voelde het gebeuren;
ik dacht na over wie-niet-te-vertrouwen- is, zelfs nog over de valsheid, de achterbaksheid en de domheid die niemand verdient.
Zo dichtbij en ik zag het niet, waarom zou ik?
Natuurlijk had ik het honderd jaar eerder moeten zien en vooral geloven dat het bestaat.
Het zoog me leeg. En dat doet het nog steeds.
Dat is verder niet zo erg,
van gebrek aan vertrouwen heb je weinig last als je het niet geeft.

Vorige week bedacht ik dat ik dat vertrouwen wel wilde geven; het kwam onverwacht en uit het niets.
Dan komt meteen de twijfel.
Waarom zou ik de mogelijkheid op teleurstelling weer toe laten?
Vroeger stond er zo een onnozele spreuk in mijn schoolagenda.
'Je ogen zijn als de zee:
niet zo diep,
wel zo waterig'.
Gezond verstand is me nooit vreemd geweest. Vervolgens mijn goddeloos vertrouwen in de goedheid, in de hoop dat de ander dat snapt. Dat is een illusie, er is er maar één die na mij uiteindelijk goed terecht kwam~vooruit, na ruim zestig jaar maar ik juich dat toe en dat denk ik.

En natuurlijk weet ik dat er iemand is. Niet zozeer voor mij, wel in mij.
Maar dat is geen garantie en daar valt met een paar katten, honden en een konijn prima mee te leven.
Ineens dacht ik vorige week:
'Wat is er nu na alle omtrekkende bewegingen mis met bruine ogen?'

Lief.
Vertrouwen.

Peet - 7:58 -